Van Pixel tot Print | 10 – Retoucheren en kader

Van Pixel tot Print | 10 – Retoucheren en kader

Van Pixel tot Print | 10 – Retoucheren en kader

“Er is geen koe zo bont of er zit een vlekje op.” Deze wijsheid geldt niet alleen voor het dagelijkse leven, maar ook voor je digitale foto’s. Als je goed oplet zijn er altijd wel een paar ongewenste elementen op een foto te zien. Wij laten zien hoe je deze vlekjes weg kunt werken.

‘Vlekjes’

Zelden is een foto smetteloos. Zo zijn er aan de rand van de foto vaak takjes en armen te zien van bomen en mensen die je niet in het kader van je zoeker hebt gezien. Ook kan er stof op de sensor van je camera terechtgekomen zijn en heb je in een mooie blauwe lucht altijd op dezelfde plek een (vage) zwarte stip zitten. Ongewenste ‘vlekjes’ zijn ook vervelende pukkeltjes in een mooi portret of pleister aan een vinger. Tenslotte kan ook de aanwezigheid van een groot voorwerp in het kader ongewenst zijn en moet je een halve boom of misschien zelfs een heel ex-vriendje wegpoetsen.

Klonen

Het eerste en ‘oudste’ gereedschap om foute pixels in een foto te overschilderen met goede pixels is in Photoshop Elements het zogeheten Kloonstempel (S). De werking is heel simpel. Activeer dit stempel in de werkbalk Gereedschappen en kies een penseelgrootte en -vorm in de Eigenschappenbalk. Gesteld dat je een puistje wilt verwijderen, klik dan met de alt-toets ingedrukt eerst op een schoon stukje huid (Bron) en klik vervolgens op het puistje (Doel). De pixels worden nu van de bron naar het doel gekopieerd. Je kunt ook schilderen en zo zelfs grote stukken verdubbelen. Het verdient aanbeveling goed in te zoomen en regelmatig een nieuwe bron te kiezen door met de alt-toets ingedrukt weer een ander schoon stuk als nieuwe pixels te selecteren. Dit gereedschap werkt het best als het kleur- en helderheidsverschil tussen bron en doel niet te groot is en als er gewerkt wordt met een penseel met een zachte rand.

Retoucheren

De werking van het Kloonpenseel is een 1 op 1 kopie van pixels van A naar B. Dat is in veel gevallen afdoende, maar het kan slimmer en dat gebeurt met het Retoucheerpenseel (J). Het gebruik ervan is exact hetzelfde als van het Kloonpenseel. Dus (1) gereedschap activeren in de werkbalk Gereedschappen, (2) een penseel kiezen, (3) met de alt-toets ingedrukt een bron kiezen en (4) schilderen over het te restaureren gedeelte van de foto. Nu worden de pixels niet domweg gekopieerd, maar wordt gekeken naar de kleur, helderheid en de structuur van het doelgebied. Het resultaat is in veel gevallen verbluffend en het retoucheerwerk is nog meer onzichtbaar dan met het Kloonpenseel.

Een afgeleide van het Retoucheerpenseel is het Snel retoucheerpenseel. Daarbij hoef je geen bron meer te kiezen, maar kun je meteen over het betreffende ongewenste onderdeel schilderen. Je hebt iets minder controle, maar het werkt veel sneller en is ideaal voor het wegwerken van vlekjes door stofjes op de sensor.

Tip: Als je een foto gaat retoucheren, zorg dan altijd dat je later nog het origineel hebt. Dus doe niet onbewust Ctrl-S (Save, Opslaan), maar kies altijd bewust Bestand, Opslaan als (Save as, Ctrl-Shift-S).

Kader en horizon

Voordat we de volgende keer gaan kijken hoe we een foto het beste aan kunnen leveren voor een losse afdruk, kijken we kort nog even naar twee belangrijke aspecten die bepalend zijn voor de compositie en dat zijn het kader en het rechtstaan van de horizon.

Ongewenste elementen op een foto bevinden zich vaak aan de rand van het kader. Dit omdat de zoeker minder laat zien dan wat op de foto komt. Je kunt dit eenvoudig oplossen door de foto iets bij te snijden. Kies daartoe Uitsnijden (crop, C) in de werkbalk Gereedschappen en kies in de Eigenschappenbalk de optie Fotoverhoudingen. Sleep nu een kader rondom de gehele foto en sleep met de alt-toets ingedrukt een hoekpunt iets naar het midden. De verhouding van de foto blijft behouden en gelijktijdig wordt rondom de rand van de foto een stukje afgesneden. Ben je tevreden, druk dan op Enter.

Om de horizon recht te zetten zou je het bovenstaande bijsnijdkader kunnen draaien (buiten het kader verandert de cursor in een draaipijltje), maar handiger is het om hiervoor het speciale gereedschap Rechttrekken (P) te gebruiken. Dat werkt heel simpel. Nadat je het geactiveerd hebt, trek je over de scheve horizon een lijn en als je dat gedaan hebt, dan wordt foto automatisch iets gedraaid. Het beste kun je dit doen voor dat je de foto gaat bijsnijden.

Tip: Vergeet niet dat je in Photoshop Elements met Ctrl-Z een reeks handelingen ongedaan kunt maken. Dus heb je een foutje gemaakt, dan kun je dat nog snel herstellen en opnieuw proberen.

Conclusie

Een hardnekkig puistje of een fout vriendje op de foto is geen probleem als je eenmaal de slag te pakken hebt van de retoucheermogelijkheden van Photoshop Elements en dat is toch een hele geruststelling.

De volgende keer alles over hoe je het best een foto kunt aanleveren voor een losse afdruk. Tot dan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *