Van Pixel tot Print | 04 – Camera Instellingen

Van Pixel tot Print | 04 – Camera Instellingen

Van Pixel tot Print | 04 – Camera Instellingen

Je hebt een prachtige camera met alles erop en eraan. Voor je gevoel kan een foto niet meer mislukken en is elke druk op de ontspanner een ‘winnaar’. Dat valt nog weleens tegen. Daarom lees je hier meer over de instellingen van je camera. Fotocamera’s worden steeds slimmer en het is tegenwoordig moeilijk om een mislukte foto te maken. Druk op de knop en het onderwerp staat er goed op. Toch is het nuttig dat je ook zelf af en toe de regie pakt over de helderheid, de kleuren en de scherpte van een foto.

Automaat

Bijna alle camera’s hebben een volautomatische stand, waarmee belichting (helderheid), kleur en scherpte van de opnames wordt geregeld. De automatische stand op je camera heet AUTO, ook wel de ‘groene stand’ genoemd. Druk je de ontspanner half in, dan bepaalt de camera de hoeveelheid licht, de kleur van het licht en de afstand tot het onderwerp. Hij berekent hoeveel licht er op de sensor moet vallen, wat de witbalans moet zijn en waarop hij moet scherpstellen. Als jij het onderwerp op een leuke manier kadert, doet de camera de rest.

Van deze AUTO-stand bestaan veel varianten die betrekking hebben op het onderwerp dat je voor de lens hebt. Voor een landschap heb je andere instellingen nodig dan voor een portret of een macro. Deze onderwerpen kies je met een knop op je camera of in een menu met instellingen. Je ziet dan icoontjes van een bergpartij (Landschap), een hoofdje (Portret) of een hardlopertje (Sport en Actie). Deze instellingen doen het voor de genoemde onderwerpen beter dan de standaard AUTO. Tegenwoordig hebben compactcamera’s en smartphone veel van deze thema-programma’s in een menu verborgen en het loont zeker de moeite om de handleiding te raadplegen voordat je op stap gaat. Zo zorgt het thema Sneeuw ervoor dat de foto’s op de skipiste helder zijn en dat sneeuw helder wit wordt weergegeven. Ook thema’s als Strand en Nachtportret verbeteren je foto’s in die situaties duidelijk. Vergeet echter niet om de camera na afloop weer in zijn AUTO-stand terug te zetten. Camera’s zijn steeds beter uitgerust en herkennen tegenwoordig situaties, waardoor automatisch de juiste instellingen worden geselecteerd.

Behalve helderheid en kleur is ook de scherpte van een foto belangrijk. Een compactcamera gebruikt daarvoor de autofocus (AF). Let goed op welk scherpstelpunt worden gekozen, omdat anders het verkeerde deel van de foto scherp is. Dit is achteraf niet meer te herstellen. Handig is om de optie Gezichtsherkenning (Face Recognition) te gebruiken. De camera ziet gezichten van personen in het kader, stelt erop scherp, past eventueel de kleur aan voor betere huidstinten en flitst bij tegenlicht. Potretfoto’s worden dus altijd prachtig!

Behalve scherpstellen is ook de algemene scherpte van belang en die kan door beweging van de camera wel eens onvoldoende zijn. Dit wordt bewegingsonscherpte genoemd en doet zich voor als je ver inzoomt of als er weinig licht is. Kijk of je camera of lens beschikt over beeldstabilisatie (Image Stabilisation (IS), Vibration Reduction (VR), Optical Stabilisation (OS/IOS), Shake Reduction (SR) of Steady Shot). Zet de optie aan en maak je geen zorgen meer over een bewogen foto als je uit de hand fotografeert. Flitsen en het gebruik van een statief is in sommige gevallen niet meer nodig.

Creatief en handmatig

De hierboven genoemde automatische programma’s van een fotocamera zorgt in 90% van de gevallen voor heldere, kleurrijke en scherpe foto’s.  Dat is voor uitstapjes en vakanties meer dan voldoende. Neem zelf het heft in handen als je ook die laatste 10% tot een goed einde wil brengen. De meer gevorderde camera’s (Bridge, Spiegelreflex- en compactsysteem) beschikken over de creatieve, halfautomatische programma’s P, A en S/T en zelfs over een M-stand, waarbij je alles zelf instelt. Als je hiermee aan de slag gaat, regel je onder andere de scherptediepte, de manier waarop je beweging wilt vastleggen, het punt waarop je wilt scherpstellen en de gewenste helderheid van de opname. Als je met deze ‘doe-het-zelf’-programma’s gaat werken, dan heb je kennis van fotografische onderwerpen nodig zoals diafragma, sluitertijd, gevoeligheid, belichtingscompensatie, witbalans, stopje, trapje en nog veel meer. Als dat niet het geval is, worden je foto’s in sommige gevallen slechter dan in de automatische stand van de camera. Investeren in kennis is dus een ‘must’ en het leertraject begint met het doorlezen van de handleiding of, beter, de aanschaf van een goed boek over fotografie. Kies bijvoorbeeld voor ‘Bewuster en beter fotograferen met een digitale camera’ van ondergetekende. De praktijk is ook bij fotografie de beste leerschool en als je samen met anderen (gezellig en als klankbord) het veld ingaat of een workshop volgt, dan zal het begrip van de basis van fotografie snel duidelijk worden.

Conclusie

Activeer opties als gezichtsherkenning, beeldstabilisatie en andere thema-programma’s als je gemakkelijk goede foto’s wil maken. Wil je zelf meer controle hebben over de instellingen van je camera? Investeer in je fotografie kennis, zodat je de variabelen die je instelt door en door begrijpt. Maak altijd de beste foto’s!

Het volgende deel behandelt de compositie in je foto.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *