main

Fotografie

Van Pixel tot Print | 13 – Kader met een effect

4 november 2015 — 0

13-effect-960x641.jpg

Van Pixel tot Print | 13 – Kader met een effect

Behalve dat je van en foto een blijvende herinnering maakt als losse afdruk of een fraai canvas, kun je via Webprint natuurlijk ook een prachtig fotoboek maken. Geen gedoe met foto’s inplakken en na een paar jaar heb je met al die fotoboeken een mooi overzichtelijk fotoarchief. Bovendien kun je zo’n boek eenvoudig cadeau doen aan opa en oma of aan je vrienden.

Hoewel in een strak opgemaakt fotoboek de kwaliteit van de foto’s het best tot hun recht komen, is het soms ook leuk je creatief uit te leven met een paar bijzondere fotorand-effecten.

Eigen kader

Alle digitale foto’s zijn rechthoekig en de pixels zitten aan de achtergrond ‘geplakt’. Dat is voor 95% van de doeleinden geen probleem, maar als je eens iets leuks wilt doen met de kaderranden van je foto’s, dan zullen we die pixels van de achtergrond moeten losmaken door er een nieuwe laag van te maken. In Photoshop Elements doe je dat eenvoudig door bij een geopende foto te kiezen voor de menu-optie Laag, Nieuw, Laag uit achtergrond. Als je via het menu Venster, Lagen het paneel Lagen aan de rechterkant hebt opengezet, dan zie je dat naast de miniatuur van de foto de aanduiding Achtergrond is veranderd in Laag 0. Met het gereedschap Verplaatsen (V) kun je de laag nu verschuiven. Ook kun je de laag groter of kleiner maken .

Achter de laag zie je nu de achtergrond als grijsblokjespatroon.
Nu de pixels in een laag zitten kun je er leuke dingen mee doen. Kies het gereedschap Gummetje (E), stel een vorm en grootte in (modus Penseel of Potlood) en je kunt vervolgens pixels weggummen. Zo maak je een grillige rand of zelfs een gat in een foto!

Klik ook eens met het gereedschap Verplaatsen rechts op een laag en dan verschijnt een menu met de optie Laagstijl bewerken. Daarin bevinden zich vier opties om het kader te verfraaien: Slagschaduw, Gloed, Schuine rand en Omlijning. Vink de gewenste optie aan en met de schuifregelaars kun je snel de juiste waarde instellen. Het effect wordt meteen toegepast op de geselecteerde laag. Ben je tevreden, klik dan op OK. Door later weer rechts te klikken met het gereedschap Verplaatsen, kun je de laagstijlen weer aanpassen.

Heb je van een foto een laag gemaakt, verkleind en het kader aangepast, dan zie je rondom het blokjespatroon van de achtergrond. Dit kunnen we eenvoudig opvullen. Of we kiezen het gereedschap Rechthoek en slepen een rechthoek over het hele kader of we maken een nieuwe laag (Ctrl-Shift-N) en vullen deze met een Verloop (G). In beide gevallen verdwijnt de fotolaag onder de nieuwe laag. Dit lossen we op door in het paneel Lagen de fotolaag boven de nieuwe laag te slepen. Zo kun je dus de stapelvolgorde van de lagen regelen.

Je kunt als achtergrond ook een andere foto gebruiken.

Tip: Heb je van meerdere foto’s losse lagen gemaakt, dan kun je deze lagen eenvoudig samenvoegen door ze van het ene naar het andere openstaande document te slepen. Wil je de lagen los laten van de achtergrond, zodat je ze later nog eens kunt aanpassen, dan moet je het bestand opslaan als JPEG.

Koekjesvorm

Met bovenstaande methode kun je iets leuks maken van de ‘saaie’ rechthoekvorm van je foto’s. Maar Photoshop Elements heeft nog iets leuks in huis en dat is het gereedschap Koekjesvorm (Q). Het is vertaalt van Cookie Cutter en refereert naar de ijzeren vormpjes waarmee je koekjes uit een plak deeg kunt stansen.

De werking is heel simpel. Open een foto en kies het gereedschap Koekjesvorm. In de Eigenschappenbalk kun je de voorgebakken vorm kiezen. Sleep vervolgens met de muis over de foto en je ziet dat alle pixels buiten de vorm verdwijnen. Je kunt de grootte en de plaats nu nog aanpassen en ben je tevreden, klik dan op OK.

De vorm wordt uitgesneden en tot een laag gemaakt. Door hierop rechts te klikken met het gereedschap Verplaats, kun je ook aan deze vorm een laagstijl toekennen.

Om de lege achtergrond op te vullen kun je de laag verenigen met de achtergrond met de optie Eén laag maken in het menu Laag of je maakt een nieuwe laag zoals we hierboven beschreven hebben.

Aanleveren

Dit geknutsel met lagen is leuk en je kunt er al je creativiteit in kwijt. Van bijzondere fotoranden en -vormen tot hele collages, die we als PSD-bestand op kunnen slaan met behoud van de lagen voor latere bewerking. Om het resultaat van je creatieve inspanningen echter goed in een fotoboek te krijgen moet je alle lagen samenvoegen met de achtergrond (menu Laag, Eén laag maken) en het bestand opslaan als JPEG-bestand. Zorg ook dat de verhouding van de foto de oorspronkelijke 4:3 of 3:2 is (dus niet vierkant of 16:9).

Conclusie

We hebben in dertien Tricks & Tips het traject van een foto doorlopen: van ‘wat wil ik fotograferen’, via ‘wat heb ik daarvoor nodig en hoe stel ik de camera in’ tot de uiteindelijke presentatie als canvas of fotoboek. De reeks is slechts een tipje van de sluier wat mogelijk is om de leukste fotomomenten vast te leggen én – heel belangrijk – blijvend te delen met anderen. En dan natuurlijk bij voorkeur via iets tastbaars uit het brede assortiment van Webprint. Succes met je fotografie!

Fotografie

Van Pixel tot Print | 12 – Op canvas

3 november 2015 — 0

topimage_3.jpg

Van Pixel tot Print | 12 – Op canvas

Om elke dag van een mooie foto te genieten, moet je hem of in een fotolijstje op de dressoir zetten of als vergroting aan de muur hangen. Voor sommige onderwerpen, zoals een weids landschap of mooi portret heeft dat laatste de voorkeur, en als je het bovendien laat afdrukken op canvas dan wordt het een indrukwekkend woonaccessoire.

Canvas verbreden

Een mooie foto afgedrukt op canvas kan een sieraad aan de muur zijn. Kijken we goed naar hoe een canvas wordt opgespannen, dan zien we dat ongeveer drie tot vijf centimeter van de omtrek van de foto wordt gebruikt om de dikte van de spanlatten te overbruggen. Staat er in dat gedeelte een deel van een hoofd of de voeten, dan worden deze dus onverbiddelijk ‘afgesneden’, wat in veel gevallen ongewenst is.

Om teleurstelling bij de productie van een canvas te voorkomen, moeten we dus zorgen dat er geen ongewilde delen van een foto afvallen. De beste oplossing is om bij het maken van de foto hier al rekening mee te houden en dus een ruimer kader te kiezen door niet te ver in te zoomen.

Is de foto al gemaakt en wordt het krap, dan kunnen we dit probleem oplossen door de foto te verbreden met een uniforme gekleurde rand. Die kunnen we tevens gebruiken om mogelijk een titel aan de foto toe te voegen.

Werkwijze

Open een foto die op canvas afgedrukt moet worden. Kies een gangbaar formaat op de site van de aanbieder en trek hiervan rondom de gewenste breedte van het kader af om de grootte van de foto te berekenen. Dus kies je voor een canvas van 60 bij 50 cm, dan moet de foto dus 50 bij 40 worden als we een rand van 5 cm rondom willen hebben. Ga uit van 150 tot 200 dpi voor een goede kwaliteit (circa 10 Mp). Maak de foto op deze resolutie en dit formaat in Photoshop Elements met de opties Afbeeldingsgrootte en Canvasgrootte in het menu Afbeelding, Vergroten/verkleinen.

Maak vervolgens een kopie van de achtergrond met Ctrl-J. Je ziet deze laag in het palet Lagen. We gaan het canvas nu groter maken met een breedte van 5 cm plus de dikte van het frame (bijvoorbeeld 2 cm) plus één centimeter, zodat we de gehele omspanning omvatten. Kies daartoe in het menu Afbeelding, Vergroten/verkleinen de optie Canvasgrootte. Vink de optie Relatief aan en vul zowel voor de Breedte als Hoogte de waarde 8 cm (5+2+1) in. Zouden we nu meteen op OK klikken, dan wordt de rand de kleur van de achtergrond en die is meestal wit. Een kleurtje is vaak leuker en die kunnen we uit de afbeelding zelf pipetteren. Als volgt.

Klik op het witte kleurvlakje naast het uitklapmenu van Kleur canvasuitbreiding. Er verschijnt een dialoogvenster, waarin je de kleur kunt instellen, maar kom je met de cursor buiten dit venster boven de foto, dan verandert deze in een pipet. Hiermee kunnen we in de afbeelding op de gewenste kleur klikken. Zijn we tevreden, dan klikken we op OK en wordt de foto met een gekleurde rand van 8 cm omzoomd.

Als we wat meer contrast nodig hebben tussen afbeelding en rand, kunnen we de laag die we aan het begin hebben gemaakt, een gekleurde omlijning geven of een slagschaduw. Klik daarvoor rechts op de betreffende laag en kies Laagstijl bewerken en het gewenste effect.

Tip: Mocht u kennis hebben van de zogenoemde kleurruimte van een foto – sRGB of AdobeRGB – lever het eindresultaat van de voorbereiding van de canvas als sRGB voor een zo goed mogelijke kleurweergave.

Tot slot kunnen we ook tekst aan de onderzijde toevoegen. Gebruik een toepasselijk lettertype en houd het smaakvol met een kleiner korps en gepaste kleur, die ook weer uit de foto gepipetteerd kan worden. We moeten de lagen nu nog samenvoegen met de achtergrond via Laag, Eén laag maken en opslaan als JPEG met maximale kwaliteit alvorens we hem aan kunnen leveren.

Conclusie

Voorkomen is beter dan genezen en als je een foto gaat maken, waarvan je weet dat hij op canvas afgedrukt moet worden, geef het hoofdonderwerp dan letterlijk de ruimte, zodat er een natuurlijke marge bestaat, die als omvouw voor de spanlatten kan worden gebruikt. Is die ruimte er niet, dan kun je dat dus eenvoudig doen met de optie canvas vergroten.

Fotografie

Van Pixel tot Print | 11 – Aanleveren

2 november 2015 — 0

11-aanleveren-960x641.jpg

Van Pixel tot Print | 11 – Aanleveren

In de vorige afleveringen van deze Tips & Tricks hebben we alle onderdelen van het traject van een digitale foto besproken, zodat je de belangrijkste valkuilen kunt vermijden op weg naar een mooie afdruk. Voordat je foto’s gaat uploaden nog een paar kleine aandachtspunten.

Foto’s online afdrukken

Het aanleveren van foto’s bij Webprint voor een reproductie (o.a. losse afdruk, canvas of fotoboek) is eenvoudig. Toch wijkt het af van de procedure bij de standaard internetcentrales. Bij Webprint heb je namelijk een eigen online fotoarchief, waarin al je foto’s in mappen worden geplaatst en permanent worden bewaard. Zelfs foto’s die je een paar jaar geleden hebt laten afdrukken via Webprint, kun je op elk moment – zonder nieuwe upload – weer opnieuw gebruiken voor een nieuwe reproductie. Populair gezegd bewaar je je foto’s op deze manier ‘in the cloud’.

Resolutie

Voor een goede afdruk van 15 bij 10 cm heb je ongeveer 1500 bij 1000 pixels nodig. Voor een A4-tje (ca. 30 x 20 cm) is 2400 bij 1600 pixels ruim voldoende. Het is dus niet nodig om de foto’s op maximale resolutie te uploaden. Dat zijn namelijk veel MB’s die je dan moet versturen en dat duurt lang. Als je de foto’s verkleint tot de waarden in de onderstaande tabel, dan kun je ze voor dat afdrukformaat of kleiner gebruiken. Je hoeft dan in de toekomst als je bijbestellingen doet of een foto voor een ander product wilt gebruiken, niet nog eens extra te uploaden. Voor afdrukformaten 60 bij 40 cm of groter verdient het aanbeveling om de foto niet te verkleinen, maar om de opname in zijn maximale resolutie te versturen. Ontdek het verschil tussen pixels en resolutie op onze blog.

tabel-1

Tip: Het pixelformaat van een foto kun je in Photoshop Elements zien (en wijzigen) via Afbeelding, Vergroten/verkleinen, Afbeeldingsgrootte (Ctrl-Alt-i).

Afdrukformaat

Camera’s maken foto’s in drie beeldverhoudingen, zijnde 3:2, 4:3 en 16:9. De eerste twee zijn redelijk traditioneel en de standaard afdrukformaten bij Webprint zijn dienovereenkomstig. Bij 16:9 wordt de foto gezien als een 3:2 en wordt er dus een stukje in de breedte van de foto afgesneden. Als je dat liever zelf in de hand hebt, snijdt dan de foto zelf bij in Photoshop Elements. Hieronder een klein overzicht van de afdrukformaten behorende bij de verschillende beeldverhoudingen.

tabel-2

* wordt in de breedte iets bijgesneden.

Tip: De beeldverhouding van een foto kun je in Photoshop Elements wijzigen via Afbeelding, Vergroten/verkleinen, Canvasgrootte.

Bestandstype

Foto’s worden door alle camera opgeslagen als JPEG-bestand. En dit is ook het bestandsformaat dat verwerkt wordt door Webprint, dus dat sluit naadloos aan. Heb je een foto bewerkt in Photoshop Elements, sla hem dan op als JPEG (.jpg) bij voorkeur op maximale kwaliteit (11 of 12). Dan is het kwaliteitsverlies minimaal. Behalve de optie Kwaliteit kun je bij het opslaan als JPEG ook nog de manier van compressie opgeven. Dit wordt de Indelingsoptie genoemd en Basislijnen (‘Standaard’) is daarbij de minst complexe en dus het meest algemeen bruikbaar. Het beïnvloedt de kwaliteit van de foto of afdruk niet.

Kleur

Alle opnamen met een digitale camera zijn in kleur. Die kleuren worden beschreven door de drie basiskleuren Rood, Groen en Blauw (RGB). Bij een RGB-kleur hoort een zogeheten kleurruimte. Deze is standaard op alle camera sRGB en dat geeft ook de beste kleurreproductie bij een afdrukcentrale als Webprint. Heeft iemand je wel eens gezegd dat AdobeRGB beter is, dan is dat in slechts enkele situaties het geval en bovendien alleen van toepassing in professionele toepassingen.

Heb je je camera op zwart-wit gezet (monochroom), dan is het eigenlijk nog steeds een RGB-kleurenfoto, met dit verschil dat de waarden van Rood, Groen en Blauw aan elkaar gelijk zijn. Dergelijke zwart-witfoto’s worden goed en zonder kleurwaas afgedrukt. Heb je een foto op je computer zwart-wit gemaakt door de kleurmodus te veranderen in Grijswaarden, zet de foto dan vervolgens weer terug naar RGB. Hij blijft ‘zwart-wit’, maar is net als de monochroom rechtstreeks uit de camera, toch RGB en wordt daarmee goed afgedrukt.

Conclusie

Webprint biedt je een heel vooruitstrevende wijze van foto-upload en – beheer, waarbij zo min mogelijk kwaliteitsverlies optreedt als gevolg van onbewuste compressie. Voor alle vormen van reproductie gebruikt Webprint de bestanden zoals jij die hebt aangemaakt. Ook worden alle fotobestanden op de server van Webprint opgeslagen (‘in de cloud’) en kun je zo later eenvoudig bijbestellingen doen of andere producten bestellen.

De volgende keer laten we zien hoe je een afdruk op canvas op verschillende manieren kunt voorbereiden, met eventueel een soort passe-partout en zelfs een titel.

Fotografie

Van Pixel tot Print | 10 – Retoucheren en kader

2 november 2015 — 0

10-retoucheren-960x523.jpg

Van Pixel tot Print | 10 – Retoucheren en kader

“Er is geen koe zo bont of er zit een vlekje op.” Deze wijsheid geldt niet alleen voor het dagelijkse leven, maar ook voor je digitale foto’s. Als je goed oplet zijn er altijd wel een paar ongewenste elementen op een foto te zien. Wij laten zien hoe je deze vlekjes weg kunt werken.

‘Vlekjes’

Zelden is een foto smetteloos. Zo zijn er aan de rand van de foto vaak takjes en armen te zien van bomen en mensen die je niet in het kader van je zoeker hebt gezien. Ook kan er stof op de sensor van je camera terechtgekomen zijn en heb je in een mooie blauwe lucht altijd op dezelfde plek een (vage) zwarte stip zitten. Ongewenste ‘vlekjes’ zijn ook vervelende pukkeltjes in een mooi portret of pleister aan een vinger. Tenslotte kan ook de aanwezigheid van een groot voorwerp in het kader ongewenst zijn en moet je een halve boom of misschien zelfs een heel ex-vriendje wegpoetsen.

Klonen

Het eerste en ‘oudste’ gereedschap om foute pixels in een foto te overschilderen met goede pixels is in Photoshop Elements het zogeheten Kloonstempel (S). De werking is heel simpel. Activeer dit stempel in de werkbalk Gereedschappen en kies een penseelgrootte en -vorm in de Eigenschappenbalk. Gesteld dat je een puistje wilt verwijderen, klik dan met de alt-toets ingedrukt eerst op een schoon stukje huid (Bron) en klik vervolgens op het puistje (Doel). De pixels worden nu van de bron naar het doel gekopieerd. Je kunt ook schilderen en zo zelfs grote stukken verdubbelen. Het verdient aanbeveling goed in te zoomen en regelmatig een nieuwe bron te kiezen door met de alt-toets ingedrukt weer een ander schoon stuk als nieuwe pixels te selecteren. Dit gereedschap werkt het best als het kleur- en helderheidsverschil tussen bron en doel niet te groot is en als er gewerkt wordt met een penseel met een zachte rand.

Retoucheren

De werking van het Kloonpenseel is een 1 op 1 kopie van pixels van A naar B. Dat is in veel gevallen afdoende, maar het kan slimmer en dat gebeurt met het Retoucheerpenseel (J). Het gebruik ervan is exact hetzelfde als van het Kloonpenseel. Dus (1) gereedschap activeren in de werkbalk Gereedschappen, (2) een penseel kiezen, (3) met de alt-toets ingedrukt een bron kiezen en (4) schilderen over het te restaureren gedeelte van de foto. Nu worden de pixels niet domweg gekopieerd, maar wordt gekeken naar de kleur, helderheid en de structuur van het doelgebied. Het resultaat is in veel gevallen verbluffend en het retoucheerwerk is nog meer onzichtbaar dan met het Kloonpenseel.

Een afgeleide van het Retoucheerpenseel is het Snel retoucheerpenseel. Daarbij hoef je geen bron meer te kiezen, maar kun je meteen over het betreffende ongewenste onderdeel schilderen. Je hebt iets minder controle, maar het werkt veel sneller en is ideaal voor het wegwerken van vlekjes door stofjes op de sensor.

Tip: Als je een foto gaat retoucheren, zorg dan altijd dat je later nog het origineel hebt. Dus doe niet onbewust Ctrl-S (Save, Opslaan), maar kies altijd bewust Bestand, Opslaan als (Save as, Ctrl-Shift-S).

Kader en horizon

Voordat we de volgende keer gaan kijken hoe we een foto het beste aan kunnen leveren voor een losse afdruk, kijken we kort nog even naar twee belangrijke aspecten die bepalend zijn voor de compositie en dat zijn het kader en het rechtstaan van de horizon.

Ongewenste elementen op een foto bevinden zich vaak aan de rand van het kader. Dit omdat de zoeker minder laat zien dan wat op de foto komt. Je kunt dit eenvoudig oplossen door de foto iets bij te snijden. Kies daartoe Uitsnijden (crop, C) in de werkbalk Gereedschappen en kies in de Eigenschappenbalk de optie Fotoverhoudingen. Sleep nu een kader rondom de gehele foto en sleep met de alt-toets ingedrukt een hoekpunt iets naar het midden. De verhouding van de foto blijft behouden en gelijktijdig wordt rondom de rand van de foto een stukje afgesneden. Ben je tevreden, druk dan op Enter.

Om de horizon recht te zetten zou je het bovenstaande bijsnijdkader kunnen draaien (buiten het kader verandert de cursor in een draaipijltje), maar handiger is het om hiervoor het speciale gereedschap Rechttrekken (P) te gebruiken. Dat werkt heel simpel. Nadat je het geactiveerd hebt, trek je over de scheve horizon een lijn en als je dat gedaan hebt, dan wordt foto automatisch iets gedraaid. Het beste kun je dit doen voor dat je de foto gaat bijsnijden.

Tip: Vergeet niet dat je in Photoshop Elements met Ctrl-Z een reeks handelingen ongedaan kunt maken. Dus heb je een foutje gemaakt, dan kun je dat nog snel herstellen en opnieuw proberen.

Conclusie

Een hardnekkig puistje of een fout vriendje op de foto is geen probleem als je eenmaal de slag te pakken hebt van de retoucheermogelijkheden van Photoshop Elements en dat is toch een hele geruststelling.

De volgende keer alles over hoe je het best een foto kunt aanleveren voor een losse afdruk. Tot dan.

Fotografie

Van Pixel tot Print | 09 – Beeldoptimalisatie: zwart-wit

2 november 2015 — 0

09-zwart-wit-960x631.jpg

Van Pixel tot Print | 09 – Beeldoptimalisatie: zwart-wit

Kleurentelevisies, kleurenfoto’s, kleurprinters. Overal waar we om ons heen kijken zien we kleur en is kleur typerend voor ons dynamische leven. Soms zijn we op zoek naar rust en voor je fotografie kun je dan overstappen op zwart-wit. In deze Tricks & Tips hoe dit in zijn werk gaat.

Omzetten

Een digitale camera maakt in principe kleurenfoto’s en dat zorgt bij de meeste onderwerpen voor de beste beleving. Soms wil je voor een portret of landschap echter de essentie van het onderwerp zelf of het mooie licht benadrukken en mag de kijker niet afgeleid worden door kleur. Zwart-wit is dan de oplossing en er zijn daarvoor verschillende mogelijkheden.

Op camera

Om zwart-wit foto’s te maken, zou je geneigd zijn om je camera op Monochroom (grijswaarden, Black&White of BW) te zetten. Dan krijg je na een druk op de ontspanner meteen het gewenste resultaat op het lcd-schermpje te zien. Dit is inderdaad een snelle methode, maar je hebt geen mogelijkheden meer de omzetting van kleur naar zwart-wit te beïnvloeden.

Als je je camera gewoon op kleur laat staan, dan kun je de foto’s ook zwart-wit maken op je computer in bijvoorbeeld Photoshop Elements. Je hebt dan drie verschillende methodes:

1. Kleurmodus wijzigen naar Grijswaarden
2. Verzadiging verlagen naar -100
3. Filter: Omzetten naar zwart-wit.

Als je de kleurmodus aanpast van RGB naar Grijswaarden, dan zijn de helderheidsverschillen in het zwart-witresultaat gebaseerd op de helderheid van de kleuren. Dus blauw wordt donkergrijs en geel wordt lichtgrijs. Dit principe wordt ook in de camera gebruikt en voldoet in veel gevallen. Je hebt echter geen controle over de omzetting en je moet voor een goede afdruk de kleurmodus weer terugzetten naar RGB. De foto blijft dan monochroom, maar de pixels hebben wel een RGB-waarde, bijvoorbeeld 103, 103, 103. Het wisselen tussen kleurmodi vind je in het menu Afbeelding, Modus.

Een ander principe om kleuren uit een foto te verwijderen is door de verzadiging op -100 te zetten. Dit doe je met de optie Kleurtoon/verzadiging aanpassen (Cltr-U). De helderheid van de grijstinten wordt nu bepaald door de verzadiging van de kleuren. Felblauw zal dan dezelfde helderheid opleveren als felgeel. Het voordeel van deze methode is dat de kleurmodus RGB blijft en alleen de afzonderlijke waarden van Rood, Groen en Blauw aan elkaar gelijk worden om zo de kleur te verwijderen.

De twee genoemde methodes kunnen goede resultaten opleveren, je kunt echter geen invloed uitoefenen op de onderlinge grijsverschillen. Dat kan wel met de optie Omzetten naar zwart-wit in het menu Verbeteren. Je kunt daarmee de helderheid van Rood, Groen en Blauw afzonderlijk regelen. De werking wijst zichzelf, maar let op dat de gemiddelde helderheid van de foto gelijk blijft.

RAW

Wil je serieus aan de slag met zwart-wit, ga dan in RAW fotograferen en ontwikkel deze beelden met Lightroom. Je hebt dan ongekende mogelijkheden en werkt op de hoogste kwaliteit.

Sepia

Wil je een foto omzetten naar zwart-wit met een kleurtje, zoals bijvoorbeeld Sepia, dan kun je dit doen met de optie Kleurtoon/verzadiging aanpassen (Ctrl-U) in Photoshop Elements, waarbij je de optie Vullen met kleur moet aanvinken en met de schuifregelaar Kleurtoon de kleur instelt.

Selectie

Met bovenstaande methodes maak je een hele foto zwart-wit. Soms is het ook leuk om een gedeelte in kleur te houden. Bij een portret bijvoorbeeld de ogen en de lippen of bij een natuurfoto alleen een bloem. Dat lijkt bijzonder, maar is het niet. Met het juiste gereedschap is het zo gebeurd. Nadat je een foto geopend hebt in Photoshop Elements, kies je de Veelhoeklasso of de Magnetische lasso. Zoom goed in op het deel dat je gekleurd wilt houden en klik een paar keer rondom de rand van dit onderdeel (1). Als je nog een stukje toe wilt voegen, kies dan de modus Toevoegen in de Eigenschappenbalk (2). Heb je de selectie gemaakt, dan kun je die met de optie Hoek verfijnen in de Eigenschappenbalk eventueel aanpassen. Kies vervolgens Selecteren, Selectie omkeren. Alles in nu geselecteerd, behalve de delen die je in kleur wilt houden. De selectie maken we vervolgens grijswaarden met Verzadiging -100 of met de optie Omzetten naar zwart-wit, zoals hierboven beschreven. Is alles naar wens, verwijder de selectie dan met Selecteren, Deselecteren (Ctrl-D).

Conclusie

Zwart-wit is in onze wereld vol kleur niet dood. Integendeel. Portretten, trouwreportages, en landschappen krijgen juist extra karakter als ze zwart-wit gemaakt zijn. Zorg bij aanleveren van een losse afdruk, canvas of fotoboek dat de kleurmodus van de zwart-witfoto’s RGB is voor het beste afdrukresultaat.

De volgende keer gaan we het kader bijsnijden en vlekjes wegpoetsen!

Fotografie

Van Pixel tot Print | 08 – Beeldoptimalisatie: kleuren

2 november 2015 — 0

08-kleur-960x627.jpg

Van Pixel tot Print | 08 – Beeldoptimalisatie: kleuren

In de vorige Trick & Tips hebben we de mogelijkheden besproken hoe we de helderheid van een foto kunnen verbeteren in een fotobewerkingsprogramma als Photoshop Elements. Bij de juiste helderheid kun je vervolgens de kleuren beoordelen en die zijn in de meeste gevallen in orde. Heeft de witbalans van de camera toch een steekje laten vallen, dan kan Photoshop Elements ons weer helpen de kleuren te corrigeren.

Witbalans en kleurzweem

Laat de witbalans van je camera standaard op automatisch staan (AWB), dan zijn de kleuren van je foto’s in 90% van de onderwerpen prima in orde. Een foto van een diner bij kaarslicht is dan mogelijk iets te geel (warm) en van een sneeuwlandschap te blauw (koud), maar de afwijking van de werkelijkheid is nooit echt groot. Dat kan wel het geval zijn als je gaat werken met een vaste witbalans. Als dan de kleur van het licht verandert (je loopt van de huiskamer de tuin in of je staat eerst bij een lamp en vervolgens bij een vensterraam), dan krijg je een ongewenste kleurzweem over je foto’s.

Wil je zo’n kleurzweem verwijderen, dan hebben veel programma’s een optie als Automatische kleurcorrectie. In Photoshop Elements is die te vinden in het menu Verbeteren (Ctrl-Shift-B). Geeft deze niet het gewenste resultaat, dan kun je dat met Ctrl-Z herstellen. Een ander gereedschap in Elements is de optie Kleurzweem verwijderen in het menu Verbeteren, Kleur aanpassen. Je kunt dan met een pipet op een onderdeel in de foto klikken, dat wit of neutraal grijs moet zijn. Als de witbalans heel kritisch is, zoals bij een bruidsreportage of productfotografie, ga dan in RAW werken, zodat je achteraf zonder kwaliteitsverlies de witbalans nog kunt kiezen.

Tip: Wil je de kleuren van een foto echt goed kunnen beoordelen, dan moet je zorgen dat het beeldscherm van je computer gekalibreerd is. Dat kan visueel met software zoals Adobe Gamma, Quick Gamma (Windows) en met ColorSync (Mac). Je kunt ook een colorimeter aanschaffen (ca. 100 euro) en daarmee je monitor kalibreren. Zo bekijk je je foto’s niet langer door een ‘roze’ bril.

Verzadiging en kleurtoon

Kleur is behalve een technisch aspect ook een kwestie van smaak en sfeer. En dat heb je als fotograaf zelf in de hand met Verzadiging en Kleurtoon (Saturation, Hue). Hiermee kun je de kleurtjes van een foto lekker oppeppen of juist heel vaal maken. Doe dat niet direct in de camera, maar later op je computer. Je hebt dan veel meer controle en kunt meerdere versies maken. Gebruik ze echter met mate, want het wordt al snel onnatuurlijk.

Bij landschaps- en natuurfoto’s kan het verhogen van de verzadiging de kleuren meer laten sprankelen en wil je het rood van een roos iets ‘blauwer’ of ‘geler’ maken, doe dat dan met Kleurtoon. Beide gereedschappen zijn meestal ondergebracht in één dialoogvenster. Bij Photoshop Elements zijn ze te vinden onder Verbeteren, Kleur aanpassen.

Zwart-wit

Hoewel de digitale wereld het gebruik van kleur een enorme ‘boost’ gegeven heeft, zijn er toch nog onderwerpen, waarbij het ontbreken van kleur het karakter van het beeld versterkt. Denk aan portretten, bruidsreportages en sommige landschappen. Zwart-wit is dus nog steeds springlevend en omdat we uitgaan van een kleurenbeeld, kunnen we veel varianten maken.

In Photoshop Elements heb je drie mogelijkheden om een foto zwart-wit te maken:

  • kleurmodus omzetten naar grijswaarden (en terugzetten naar RGB)
  • verzadiging op -100% zetten
  • optie Omzetten in zwart-wit

De volgende keer leggen we zien uit wat de verschillen zijn tussen deze drie methodes en laten we ook wat trucjes zien om sommige onderdelen in kleur te houden en om een foto sepia te maken.

Conclusie

De kleuren van een digitale foto gaan zelden mis als de camera in de automatische witbalans (AWB) staat, dus ga er niet teveel mee ‘rommelen’ in de camera. Met Verzadiging en Kleurtoon kunnen we op de computer kleuren eventueel naar eigen smaak aanpassen. Doe dit met mate en zorg dat je op een gekalibreerd beeldscherm werkt om de kleuren goed te kunnen beoordelen.

Fotografie

Van Pixel tot Print | 07 – Beeldoptimalisatie: belichting

2 november 2015 — 0

07-belichting-960x641.jpg

Van Pixel tot Print | 07 – Beeldoptimalisatie: belichting

Je hebt je uiterste best gedaan om met het juiste gereedschap en de juiste instellingen de perfecte compositie te fotograferen. Toch kan het zijn dat de foto nog niet 100% is en een kleine aanpassing van de helderheid of kleuren noodzakelijk is. Dat doe je in een programma als Photoshop Elements en we laten hier zien hoe je de belichting van een foto kunt verbeteren.

Voorkomen is beter dan genezen

Om te voorkomen dat je elke foto in Photoshop Elements moet bewerken, is het raadzaam om de foto’s direct goed te maken. Dus let op belichting, kleuren en scherpte als je de ontspanner indrukt. Gaat het dan onverhoopt toch nog mis, dan kun je kleine afwijkingen nog prima herstellen in een fotobewerkingsprogramma. Verwacht echter niet dat je van een totaal verkeerd belichte foto nog iets goeds kunt maken en houd er tevens rekening mee dat je van een goed belichte foto ongewild nog wel een slechte foto kunt maken door er teveel mee te rommelen op je computer.

Kleine afwijkingen in de helderheid van een foto kun je in Photoshop Elements eenvoudig herstellen met twee opties: Niveaus en Kleurcurven/krommen (Levels en Curves).

Tip: Voordat je de belichting van foto’s gaat aanpassen op je computer, zorg dan eerst dat de helderheid van de monitor goed ingesteld staat. Zorg met de regelaars voor helderheid (Brightness) en contrast (Contrast) van het beeldscherm dat je onderscheid ziet tussen alle blokjes van onderstaande afbeelding.

Niveaus en Kleurcurven

De optie Niveaus vind je onder Verbeteren, Belichting aanpassen (Ctrl-L). Je ziet een verdeling van de helderheid van de foto van donker (links) naar licht (rechts). Deze grafische voorstelling wordt het histogram genoemd. Onder deze ‘bergetappe’ zie je drie driehoekjes. Schuif je het linkse driehoekje naar rechts, dan wordt de foto donkerder. Pas op dat je niet voorbij het begin van de berg komt, want dan wordt een gedeelte van de pixels helemaal zwart (geen detail). Schuif je het rechter driehoekje naar links dan wordt de foto lichter. Let ook nu weer op dat je niet voorbij het einde van de berg schuift, want dan worden sommige pixels helemaal wit (geen detail). Of pixels helemaal zwart of wit worden kun je zien door tijdens het schuiven van het linker of rechter driehoekje de Alt-toets ingedrukt te houden. Is het begin en einde van het histogram gelijk met de twee uiterste driehoekjes en wil je dan de foto nog donkerder of lichter maken, schuif dan het middelste driehoekje naar rechts of links. Als alles met mate gebeurt, dan krijg je zo een prima resultaat.

Je kunt ook de belichting aanpassen met Kleurcurven, ook wel Krommen genoemd. Deze optie is verstopt in het menu Verbeteren, Kleur aanpassen. Je kunt nu met vier schuifregelaars de belichting van de foto aanpassen. Maak je een bolle diagonaal, dan wordt de foto lichter en een holle vorm maakt de foto donkerder. Je kunt zo redelijk nauwkeurig donkere en lichte delen van een foto verbeteren. Het is niet mogelijk om pixels helemaal wit of zwart te maken en dat kan een voordeel zijn ten opzichte van de optie Niveaus.

Schaduw/hooglichten

Vaak is niet de hele foto te donker of te licht, maar slechts een gedeelte. Als je tegenlicht of felle zon met schaduw hebt gehad, dan is de achtergrond vaak goed belicht, maar is het hoofdonderwerp (deels) te donker. Of bij een zonsondergang is de voorgrond te donker. Met de optie Schaduwen/hooglichten (Shadows/highlights) in het menu Verbeteren, Belichting aanpassen kun je dan de helderheid van die afzonderlijke gebieden eenvoudig corrigeren. Het is een soort digitale invulflits en kan kleine wondertjes verrichten. Gebruik het ook weer met mate om contrastverlies te voorkomen en ruis te vermijden.

Conclusie

De belichtingsinstellingen en -programma’s van een camera zijn tegenwoordig behoorlijk intelligent en als je daar je eigen kennis van fotografische zaken aan toevoegt, dan kan de belichting van een opname rechtstreeks uit de camera keer op keer goed zijn. Dat geeft de hoogste kwaliteit en bespaart tijd. Photoshop Elements kan desalniettemin als vangnet dienen als het toch even niet 100% is en voor kleine aanpassingen zijn de genoemde gereedschappen bijzonder handig. De volgende keer bekijken we de mogelijkheden om de kleuren aan te passen.

Fotografie

Van Pixel tot Print | 06 – Beheer je foto’s

2 november 2015 — 0

06-beheer-960x640.jpg

Van Pixel tot Print | 06 – Beheer je foto’s

Je hebt met je digitale camera waarschijnlijk veel ‘rolletjes’ volgeschoten. Vroeger moest je stoppen bij 36 opnamen, maar met de capaciteit en prijs van de huidige geheugenkaartjes schiet je 1200 JPEG-foto’s van 12 Mp. We klikken er dus lustig op los, maar wat doe je met je foto’s? Ben je weleens foto’s kwijt of weet je niet meer waar ze staan opgeslagen?

Met een kleine inspanning voorkom je een dergelijke chaos. Maak er een goede gewoonte van om na elke sessie de foto’s van de camera naar je computer te kopiëren. Bij voorkeur naar een aparte harde schijf, want voor je het weet is de je harde schijf vol met alle gevolgen van dien. Zorg dat je elke sessie in een apart mapje zet en dat die mapjes in één hoofdmap staan. De hoofdmap noem je ‘Fotoarchief’, daarin maak je een submapje met als naam bijvoorbeeld ‘2016’ en daarin het mapje van de sessie. Handig is om de naam hiervan te laten beginnen met de datum (JJJJMMDD) gevolgd door een trefwoord dat de sessie typeert: 20110615_Efteling-school. Op deze manier heb je de foto’s per jaar overzichtelijk gegroepeerd en zijn alle sessies chronologisch gesorteerd. Als je dit consequent volhoudt, is de kans klein dat je foto’s kwijtraakt.

Als je tijdens een uitstapje of vakantie met meerdere mensen foto’s maakt en je wil deze later snel onderscheiden, dan zet je achter de mapnaam ook de initialen van de betreffende fotograaf. Kies bijvoorbeeld als naam “20110715_Frankrijk-PD”.

Hernoemen

Nu je de structuur van je fotoarchief op orde hebt, ben je een eind op weg in het beheer van je foto’s. Verfijn de structuur verder door ook de bestandsnamen van de foto´s begrijpelijker te maken. De namen DCS_1234.jpg of IMG_5678.jpg zeggen niks over de herkomst of het onderwerp van een foto. Bovendien bestaat de kans als je echt veel foto’s maakt, dat er dubbele namen ontstaan als je na IMG_9999.jpeg weer verder gaat met IMG_0001.

Hernoemen van bestanden is dus nuttig zijn. In Windows Verkenner is het eenvoudig. Open een map met foto’s met cryptische namen, sorteer ze in de gewenste volgorde en selecteer ze allemaal met Ctrl-A. Druk op F2 en het bovenste bestand kun je een naam geven, bijvoorbeeld 20110715_Frankrijk. Druk je nu op Enter, dan zal Windows alle geselecteerde bestanden die naam geven met een volgnummer, dus 20110715_Frankrijk (2). Die volgnummers kun je later nog handmatig aanpassen.

Op de Mac kun je dit hernoemen doen via Applicaties, Automator, Wijzig naam Finder-onderdelen. Het is niet eenvoudig, maar op YouTube vind je daar voorbeelden van.
Vind je dit allemaal te moeilijk of heb je te weinig controle, dan kun je het ook doen met Photoshop Elements 8/9 via Bestand, Meerdere bestanden verwerken. Heb je geen Elements, zoek dan in Google met de opdracht ‘rename multiple files’ naar specifieke software om dit klusje te klaren.

Back-up

Hoe goed de structuur van je fotoarchief ook is, de harde schijf waarop het staat, kan altijd kapot gaan en dan ben je al je foto’s – en daarmee dierbare herinneringen – kwijt. Je zult dus regelmatig een back-up moeten maken. Je hebt hiervoor verschillende mogelijkheden:

  • CD/DVD
  • Externe harddisk
  • Online

In elke computer zit wel een dvd-brander en kun je ruim 4 GB aan fotobestanden op een dvd zetten. Dit is een snelle en voordelige manier van back-uppen en als je dit per maand doet, dan heb je zo met twaalf dvd-tjes een heel jaar netjes als back-up. Zorg voor een goed dvd-rek en zet een duidelijke naam op de inleg van het doosje. Bij voorkeur bewaar je de back-ups in een kluisje of op een ander adres. Mocht er onverhoopt brand zijn, dan heb je in ieder geval de foto’s nog.

Met een extra externe harddisk wordt back-up eenvoudiger. Je zorgt dat dit een exacte kopie is van de map Fotoarchief op je computer. Let op de interface van de back-updisk. USB2 en netwerk zijn redelijk snel, maar bij voorkeur gebruik je FireWire800 of USB3 om lekker snel back-ups te maken. Over de plaats van de back-updisk zul je weer even na moeten denken in geval van brand of waterschade.

Tegenwoordig kun je tegen een redelijk tarief (en soms zelfs gratis) bestanden ook online opslaan. Je foto’s zijn dan veilig (diefstal, brand, water) en vaak vanaf elke computer toegankelijk. Kijk maar eens op www.vergelijkbackuponline.nl voor de mogelijkheden. Let wel goed op de voorwaarden en privacy, want je foto’s mogen natuurlijk niet gehackt worden.

Conclusie

Het lijkt een vervelend werkje om je foto’s volgens een bepaalde structuur te ordenen, maar eigenlijk kost het nauwelijks enige moeite en je hebt er vele jaren plezier van.

Nu we zo ook het beheer van onze foto’s onder controle hebben, gaan we de volgende keer kijken hoe we digitale foto’s kunnen optimaliseren in een fotobewerkingsprogramma.

Fotografie

Van Pixel tot Print | 05 – Compositie

20 oktober 2015 — 0

05-compositie-960x639.jpg

Van Pixel tot Print | 05 – Compositie

Technisch snap je het allemaal wel. Je camera kent geen geheimen meer en je weet hoe je een kleurzweem of een bewogen foto kunt voorkomen. Dat betekent echter niet dat elke druk op de ontspanknop een ‘winnaar’ oplevert. Want hoe is de compositie van de foto? In deze blog in de serie van Pixel naar Print geven we je handvatten om de opbouw van je foto’s beter te maken.

Denk goed na over het verhaal van jouw foto voordat je de ontspanner indrukt als je een goede foto wil maken. Op basis van jouw idee bij de foto plaats je het hoofdonderwerp in het kader van de zoeker. De volgende hulpmiddelen helpen je betere foto’s te maken, maar zijn geen bindende regels. Wijk er dus van af en geef je eigen creativiteit mee aan je foto’s!

Standpunt-brandpunt

Test. Zoom met je camera met standaardzoomlens helemaal uit en maak van dichtbij een portretfoto van hoofd en schouders van je partner. Zoom vervolgens helemaal in en loop zo ver naar achter dat hoofd en schouders weer op dezelfde manier het kader vullen. Maak dan weer een foto. Vergelijk deze foto’s eens met elkaar en je ziet dat er grote verschillen zijn. Bij de uitgezoomde foto zijn de verhoudingen van het gezicht overdreven en je ziet veel van de achtergrond. Bij de ingezoomde foto is het gezicht veel meer in proportie en zie je ook minder achtergrond.

Als fotograaf heb je met een zoomlens dus de keuze om met een bepaalde combinatie van standpunt en brandpunt (hoe ver ingezoomd) het karakter van het hoofdonderwerp te sturen en de achtergrond in de compositie te betrekken. Wil je alleen aandacht voor het hoofdonderwerp, dan loop je dus achteruit en zoom je ver in (telelens). Wil je het onderwerp meer in zijn context plaatsen, dan doe je dat door dichterbij te gaan en uit te zoomen (groothoek).

Tip: fotografeer je kinderen, huisdieren en lage bloemen door op je knieën te fotograferen, zodat je op ooghoogte met deze onderwerpen bent. Het worden dan echt veel leukere foto’s. Let hierbij goed op de achtergrond.

Uit het midden

De Hollandse Meesters gebruikte het al: de Gulden Snede. Verdeel het kader in twee horizontale en twee verticale lijnen en zet de belangrijkste onderdelen van de foto op deze lijnen of op de kruispunten ervan. Deze werkwijze wordt nu ‘de regel van derden’ en het betekent vooral dat je het hoofdonderwerp links of rechts uit het centrum van het kader plaatst of de horizon iets boven of onder het midden. De foto oogt rustiger en wordt een stuk interessanter. Durf de camera scheef te houden en laat belangrijke lijnen in het onderwerp over de diagonaal lopen van het kader voor de afwisseling. Ook maakt het verschil of je een foto maakt met een liggend kader (Landscape) of een staand kader (Portrait). In het eerste geval benadruk je weidsheid en met een staand kader de hoogte of diepte.

Scherptediepte en beweging

Als je de aandacht van het menselijk oog wil, zorg je ervoor dat het hoofdonderwerp van je foto scherp is en de rest niet. Dit doe je door te spelen met de scherpte-diepte. Je creëert dat effect door ver in te zoomen, redelijk dicht bij het onderwerp te staan en een grote lensopening (groot diafragma, f/2.8) te gebruiken. Bij een spiegelreflex is de scherptediepte kleiner dan bij een compactcamera.

Aarzel niet om te experimenteren met een lange sluitertijd. Zet de camera ’s avonds in een bos of binnen op statief (of op een muurtje) en kies een sluitertijd van een seconde. Alles dat beweegt in het kader komt gestreept op de foto en alles wat stilstaat is haarscherp. Draai dat effect om door bijvoorbeeld met een schommelend kind of rennende hond mee te bewegen en in die beweging bij 1/50s op de ontspanner te drukken. Dit heet de meetrektechniek en geeft naar enige oefening verrassend dynamische foto’s met een gestreepte achtergrond en relatief scherp hoofdonderwerp.

Voorbereiding

Als je met je camera op pad gaat, bereid je dan goed voor. De juiste lenzen, een reserve accu, geheugenkaartjes en een beeld van wat je wilt gaan fotograferen. Als het weer in je compositie een rol speelt, kijk je eerst op Buienradar en als je een zonsopkomst of -ondergang wil vastleggen, kijk je hoe laat dat gaat gebeuren. Kijk hoe je op een bepaalde plaats kunt komen en of het gebied vrij toegankelijk is. Google Maps en internet helpen je daarbij. Vaak maak je bij de opkomst of ondergang van de zon mooiere foto’s dan midden op de dag. Houd hier rekening mee.

Conclusie

Om het hoofdonderwerp beter op de foto te krijgen, moet je bewuster gaan fotograferen en meer aandacht geven aan de achtergrond. Durf te spelen met scherptediepte en met de sluitertijd en bereid je goed voor als je op pad gaat. Bekijk op internet veel foto’s over een bepaald onderwerp of van een locatie, zodat je ziet hoe anderen het doen om op basis daarvan je eigen beeld te vormen.

Fotografie

Van Pixel tot Print | 04 – Camera Instellingen

20 oktober 2015 — 0

04-instellingen-960x641.jpg

Van Pixel tot Print | 04 – Camera Instellingen

Je hebt een prachtige camera met alles erop en eraan. Voor je gevoel kan een foto niet meer mislukken en is elke druk op de ontspanner een ‘winnaar’. Dat valt nog weleens tegen. Daarom lees je hier meer over de instellingen van je camera. Fotocamera’s worden steeds slimmer en het is tegenwoordig moeilijk om een mislukte foto te maken. Druk op de knop en het onderwerp staat er goed op. Toch is het nuttig dat je ook zelf af en toe de regie pakt over de helderheid, de kleuren en de scherpte van een foto.

Automaat

Bijna alle camera’s hebben een volautomatische stand, waarmee belichting (helderheid), kleur en scherpte van de opnames wordt geregeld. De automatische stand op je camera heet AUTO, ook wel de ‘groene stand’ genoemd. Druk je de ontspanner half in, dan bepaalt de camera de hoeveelheid licht, de kleur van het licht en de afstand tot het onderwerp. Hij berekent hoeveel licht er op de sensor moet vallen, wat de witbalans moet zijn en waarop hij moet scherpstellen. Als jij het onderwerp op een leuke manier kadert, doet de camera de rest.

Van deze AUTO-stand bestaan veel varianten die betrekking hebben op het onderwerp dat je voor de lens hebt. Voor een landschap heb je andere instellingen nodig dan voor een portret of een macro. Deze onderwerpen kies je met een knop op je camera of in een menu met instellingen. Je ziet dan icoontjes van een bergpartij (Landschap), een hoofdje (Portret) of een hardlopertje (Sport en Actie). Deze instellingen doen het voor de genoemde onderwerpen beter dan de standaard AUTO. Tegenwoordig hebben compactcamera’s en smartphone veel van deze thema-programma’s in een menu verborgen en het loont zeker de moeite om de handleiding te raadplegen voordat je op stap gaat. Zo zorgt het thema Sneeuw ervoor dat de foto’s op de skipiste helder zijn en dat sneeuw helder wit wordt weergegeven. Ook thema’s als Strand en Nachtportret verbeteren je foto’s in die situaties duidelijk. Vergeet echter niet om de camera na afloop weer in zijn AUTO-stand terug te zetten. Camera’s zijn steeds beter uitgerust en herkennen tegenwoordig situaties, waardoor automatisch de juiste instellingen worden geselecteerd.

Behalve helderheid en kleur is ook de scherpte van een foto belangrijk. Een compactcamera gebruikt daarvoor de autofocus (AF). Let goed op welk scherpstelpunt worden gekozen, omdat anders het verkeerde deel van de foto scherp is. Dit is achteraf niet meer te herstellen. Handig is om de optie Gezichtsherkenning (Face Recognition) te gebruiken. De camera ziet gezichten van personen in het kader, stelt erop scherp, past eventueel de kleur aan voor betere huidstinten en flitst bij tegenlicht. Potretfoto’s worden dus altijd prachtig!

Behalve scherpstellen is ook de algemene scherpte van belang en die kan door beweging van de camera wel eens onvoldoende zijn. Dit wordt bewegingsonscherpte genoemd en doet zich voor als je ver inzoomt of als er weinig licht is. Kijk of je camera of lens beschikt over beeldstabilisatie (Image Stabilisation (IS), Vibration Reduction (VR), Optical Stabilisation (OS/IOS), Shake Reduction (SR) of Steady Shot). Zet de optie aan en maak je geen zorgen meer over een bewogen foto als je uit de hand fotografeert. Flitsen en het gebruik van een statief is in sommige gevallen niet meer nodig.

Creatief en handmatig

De hierboven genoemde automatische programma’s van een fotocamera zorgt in 90% van de gevallen voor heldere, kleurrijke en scherpe foto’s.  Dat is voor uitstapjes en vakanties meer dan voldoende. Neem zelf het heft in handen als je ook die laatste 10% tot een goed einde wil brengen. De meer gevorderde camera’s (Bridge, Spiegelreflex- en compactsysteem) beschikken over de creatieve, halfautomatische programma’s P, A en S/T en zelfs over een M-stand, waarbij je alles zelf instelt. Als je hiermee aan de slag gaat, regel je onder andere de scherptediepte, de manier waarop je beweging wilt vastleggen, het punt waarop je wilt scherpstellen en de gewenste helderheid van de opname. Als je met deze ‘doe-het-zelf’-programma’s gaat werken, dan heb je kennis van fotografische onderwerpen nodig zoals diafragma, sluitertijd, gevoeligheid, belichtingscompensatie, witbalans, stopje, trapje en nog veel meer. Als dat niet het geval is, worden je foto’s in sommige gevallen slechter dan in de automatische stand van de camera. Investeren in kennis is dus een ‘must’ en het leertraject begint met het doorlezen van de handleiding of, beter, de aanschaf van een goed boek over fotografie. Kies bijvoorbeeld voor ‘Bewuster en beter fotograferen met een digitale camera’ van ondergetekende. De praktijk is ook bij fotografie de beste leerschool en als je samen met anderen (gezellig en als klankbord) het veld ingaat of een workshop volgt, dan zal het begrip van de basis van fotografie snel duidelijk worden.

Conclusie

Activeer opties als gezichtsherkenning, beeldstabilisatie en andere thema-programma’s als je gemakkelijk goede foto’s wil maken. Wil je zelf meer controle hebben over de instellingen van je camera? Investeer in je fotografie kennis, zodat je de variabelen die je instelt door en door begrijpt. Maak altijd de beste foto’s!

Het volgende deel behandelt de compositie in je foto.